Gerrit Komrij

De keuze van Gerrit Komrij (10)

Nu ja, klaar... Meer dan tweeduizend vellen met gedichten liggen er, een torenhoge stapel. Maarten, die deze week de kopieën maakt en voor de orde zorgt, heeft een extra set gekopieerd, voor als zondag het vliegtuig naar beneden zou storten. Dan stort ik mee, maar gelukkig, de papieren zijn er nog.

Torentje, torentje, bussenkruit.

Wat zou een ander ervan maken? Ik zie die stapel als een enorme steen waar ik thuis een beeld uit moet gaan hakken.

Jac. van Hattum: Het kauwgumkind en andere kuinderverzen (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1965)
Tekst van het gedicht 'Buiten' (p. 63)
Illustratie door Carol van Herwijnen bij het gedicht 'Buiten'

De keuze van Gerrit Komrij (9)

Is het dag tien of dag elf? Ik lees in het weekend, in de vroege morgen, ik moet u waarschuwen, lezer, ik ben een beetje mal geworden. Ik kwam op de gang van de Koninklijke Bibliotheek een vriendin tegen en ik zei Pollewop. Ik zag haar wenkbrauwen nooit zo hoog staan. Ik had gisteren een kennis aan de telefoon en ik zei Suja, suja. Hij verbrak de verbinding. Ik schrok vannacht wakker in mijn Wassenaarse kloostercel en door de patrijspoort ontwaarde ik, buiten op het natte gras, Piet de Smeerpoets en Jan Klaassen. Ei ei dideldomdei.

Leeren en spelen (Amsterdam : Funke, z.j.)
Prenteboekje voor kinderen (Amsterdam: Houtgraaf, z.j.)
Titelpagina van: Letterkorfje van vernuft en deugd voor kinderen (Amsterdam: Brave, z.j.)
Het gedicht 'Goedhartigheid', in: Letterkorfje van vernuft en deugd voor kinderen (Amsterdam: Brave, z.j.)

De keuze van Gerrit Komrij (8)

Tien dagen verder en de kasten staan opnieuw helemaal vol. De laatste zending van twaalfhonderd titels. Ik zit in de binnenste cirkel. Verzamelingen van roemruchte verzamelaars staan klaar, de collectie Boekenoogen, de collectie Landwehr, de collectie Boek en Jeugd, de collectie van het Openluchtmuseum. Boeken met bewegende beelden, met uitklapbare taferelen, in gekke vormen, met griezelige plaatjes. Het water loopt je in de mond. Boeken die ik maar één keer in mijn leven zal tegenkomen.

Kleine Jakob in zijne studeerkamer (Amsterdam: Elwe, 1814)
Plaat IV uit: Kleine Jakob in zijne studeerkamer
Eerste deel van het gedicht 'De tucht' (p. 50)

De keuze van Gerrit Komrij (7)

Zich door een rijstebrijberg heen eten, ’t klinkt als een corvee, en zo wil ik niet klinken. Zo is het ook niet. Ik boor me wel een tunnel door iets, maar door wat? Door de jaarringen van het boek – het kinderboek, de versieringen, de illustraties, de banden. Tweemaal heb ik tot nu toe een grondige omslag gezien – omstreeks 1900 en omstreeks 1970. In 1900: bevrijding van de stijve negentiende eeuw (voorlopers genoeg). In 1970: bevrijding van alles wat nog naar crisis en hongerwinter zweemde.

Edward van de Vendel: Superguppie (Amsterdam: Querido, 2003)
Het gedicht 'Vis' (p. 11) met een illustratie door Fleur van der Weel
Gerrit Komrij aan zijn werktafel in de Koninklijke Bibliotheek

De keuze van Gerrit Komrij (6)

Omdat ik maar 14 dagen bloemlees per jaar, is het altijd de vraag of ik het wel haal. Vanzelf haal ik het. Maar ze moeten me hier wel af en toe terugroepen naar de wereld. Elke seconde is een weelde. Zouden Paul van Capelleveen en Reinder Storm, conservatoren van dit eerbiedwaardige instituut met Jeannette Kok, mijn beschermengelen hier, me geen ongehoorde lomperik vinden nu ik verstoord opkijk als ze af en toe, gewoon uit vriendelijke beschermengelzucht, mijn leesvertrek binnenstappen?

Peter Jaspers: Met rozerood en zonnehoed: kindergedichten (Baarn: Hollandia, 1959)
Het gedicht 'Ik wou zo graag' (p. 9)
Tekening van I. Spreekmeester bij het gedicht 'Ik wou zo graag'

De keuze van Gerrit Komrij (5)

Eindelijk weet ik waar Nijntje vandaan komt. Jeanette Kok, die de scepter zwaait over de kinderboeken en aan wie ik geen vraag om een boek vergeefs stel, komt me de allereerste aflevering van Nijntje brengen. Als het een eerste druk was kon je er een kasteel in Japan van kopen. Een engel verscheen aan mevrouw Pluis en toen was Nijntje er ineens.

Ik zit potdome helemaal in de sfeer van de geboorte, hier in deze baarmoeder van boeken. Duizenden boeken moeten weer een boek voortbrengen. Ik weet nog niet hoe het er uit zal zien. Een engel zweeft door de kamer, hoop ik.

Ed Franck: Met armen te hoekig voor sierlijke vleugels ([Averbode]: Averbode, 1999
Gedicht 'Eva' door Ed Franck
Illustratie door Gerda Dendooven op het achteromslag van: Met armen te hoekig voor sierlijke vleugels
Illustratie door Gerda Dendooven voor de afdeling 'Stille brieven'
Jeannette Kok en Gerrit Komrij in zijn werkkamer in de Koninklijke Bibliotheek

De keuze van Gerrit Komrij (3)

Er ontstaan molshopen in het leesvertrek - kinderdichters met meerdere bundels, eerst drie, dan tien. Ik zie de coryfeeën - of alleen maar de vruchtbaarsten - omhoogrijzen uit de humus. Van de meesten kende ik zelfs de namen niet, laat staan hoe ze in de omgang zijn, wat ook maar goed is. Ik ben lang blijven dralen bij de humus. Kinderpoëzie is een breed begrip. 'Poëzie die geschreven is voor kinderen of geschreven met kinderen in gedachten' - ik citeer de vermaarde Opie en Opie. Maar 3 jaar of 7 jaar, wat een verschil. Of 12, wat dat betreft. Wist u dat er babypoëzie bestond?

Marianne Busser & Ron Schröder: Het grote versjesboek (Houten: Van Holkema & Warendorf, 1997)
Illustratie van Wilbert van der Steen bij het gedicht 'Een gekke naam'
Gerrit Komrij in zijn werkkamer in de Koninklijke Bibliotheek
Subscribe to RSS - Gerrit Komrij