Gerrit Komrij

De keuze van Gerrit Komrij (10)

Nu ja, klaar... Meer dan tweeduizend vellen met gedichten liggen er, een torenhoge stapel. Maarten, die deze week de kopieën maakt en voor de orde zorgt, heeft een extra set gekopieerd, voor als zondag het vliegtuig naar beneden zou storten. Dan stort ik mee, maar gelukkig, de papieren zijn er nog.

Torentje, torentje, bussenkruit.

Wat zou een ander ervan maken? Ik zie die stapel als een enorme steen waar ik thuis een beeld uit moet gaan hakken.

De laatste loodjes zijn verrukkelijk. Ze wegen niet in het minst zwaar. Een paar zeventiende-eeuwse boeken in black letter, die regel voor regel gelezen moeten worden. Een paar dichteressen van nu, bundels waar ik rillerig tegenop zie. We lusten ze rauw.

De keuze van Gerrit Komrij (9)

Is het dag tien of dag elf? Ik lees in het weekend, in de vroege morgen, ik moet u waarschuwen, lezer, ik ben een beetje mal geworden. Ik kwam op de gang van de Koninklijke Bibliotheek een vriendin tegen en ik zei Pollewop. Ik zag haar wenkbrauwen nooit zo hoog staan. Ik had gisteren een kennis aan de telefoon en ik zei Suja, suja. Hij verbrak de verbinding. Ik schrok vannacht wakker in mijn Wassenaarse kloostercel en door de patrijspoort ontwaarde ik, buiten op het natte gras, Piet de Smeerpoets en Jan Klaassen. Ei ei dideldomdei. Ik belde met mijn vriend in Portugal en informeerde hoe het met Sultan ging. Onze hond heet Sjako. Onze andere hond heet Couscous. Maar in mijn wereld heten alle honden Sultan of Turk.

De keuze van Gerrit Komrij (8)

Tien dagen verder en de kasten staan opnieuw helemaal vol. De laatste zending van twaalfhonderd titels. Ik zit in de binnenste cirkel. Verzamelingen van roemruchte verzamelaars staan klaar, de collectie Boekenoogen, de collectie Landwehr, de collectie Boek en Jeugd, de collectie van het Openluchtmuseum. Boeken met bewegende beelden, met uitklapbare taferelen, in gekke vormen, met griezelige plaatjes. Het water loopt je in de mond. Boeken die ik maar één keer in mijn leven zal tegenkomen. Ik weet nooit precies waar zich tussen alle visuele overdaad de gedichten bevinden die op me zitten te wachten: soms met een plukje tegelijk, soms ééntje in een zee van plaatjes. Boe! daar grijpt me een gedicht bij de kladden.

De keuze van Gerrit Komrij (7)

Zich door een rijstebrijberg heen eten, ’t klinkt als een corvee, en zo wil ik niet klinken. Zo is het ook niet. Ik boor me wel een tunnel door iets, maar door wat? Door de jaarringen van het boek – het kinderboek, de versieringen, de illustraties, de banden. Tweemaal heb ik tot nu toe een grondige omslag gezien – omstreeks 1900 en omstreeks 1970. In 1900: bevrijding van de stijve negentiende eeuw (voorlopers genoeg). In 1970: bevrijding van alles wat nog naar crisis en hongerwinter zweemde. De perioden 1880-1900 en 1950-1970 zijn dan schemergebieden: pioniers en avant-garde bombarderen de oude doos. Wat maal ik er eigenlijk om? Alleen de inhoud moet me interesseren.

De keuze van Gerrit Komrij (6)

Omdat ik maar 14 dagen bloemlees per jaar, is het altijd de vraag of ik het wel haal. Vanzelf haal ik het. Maar ze moeten me hier wel af en toe terugroepen naar de wereld. Elke seconde is een weelde. Zouden Paul van Capelleveen en Reinder Storm, conservatoren van dit eerbiedwaardige instituut met Jeannette Kok, mijn beschermengelen hier, me geen ongehoorde lomperik vinden nu ik verstoord opkijk als ze af en toe, gewoon uit vriendelijke beschermengelzucht, mijn leesvertrek binnenstappen?

Vanochtend was de taxi die me van mijn slaapplek in Wassenaar naar de KB moest brengen een half uur te laat. Zelden heb ik zo staan trappelen. Van woede om secondenverlies.

De keuze van Gerrit Komrij (5)

Eindelijk weet ik waar Nijntje vandaan komt. Jeanette Kok, die de scepter zwaait over de kinderboeken en aan wie ik geen vraag om een boek vergeefs stel, komt me de allereerste aflevering van Nijntje brengen. Als het een eerste druk was kon je er een kasteel in Japan van kopen. Een engel verscheen aan mevrouw Pluis en toen was Nijntje er ineens.

Ik zit potdome helemaal in de sfeer van de geboorte, hier in deze baarmoeder van boeken. Duizenden boeken moeten weer een boek voortbrengen. Ik weet nog niet hoe het er uit zal zien. Een engel zweeft door de kamer, hoop ik.

De keuze van Gerrit Komrij (3)

Er ontstaan molshopen in het leesvertrek - kinderdichters met meerdere bundels, eerst drie, dan tien. Ik zie de coryfeeën - of alleen maar de vruchtbaarsten - omhoogrijzen uit de humus. Van de meesten kende ik zelfs de namen niet, laat staan hoe ze in de omgang zijn, wat ook maar goed is. Ik ben lang blijven dralen bij de humus. Kinderpoëzie is een breed begrip. 'Poëzie die geschreven is voor kinderen of geschreven met kinderen in gedachten' - ik citeer de vermaarde Opie en Opie. Maar 3 jaar of 7 jaar, wat een verschil. Of 12, wat dat betreft. Wist u dat er babypoëzie bestond? Ik ben echt jaren wijzer geworden.

De keuze van Gerrit Komrij (1)

Daar staan ze dus, in alle vroegte, de eerste twaalfhonderd boeken. Klein-Duimpje staat voor de Niagara. Wat dichten dichters veel, ook als het kinderdichters zijn! Het is een aarzelend begin, een bad van druppels. Bij het lezen van de eerste honderd boeken - het gaat vandaag nog over levende dichters - ben ik geneigd alles mooi en aanvaardbaar te vinden, begrijpelijke honger. Maar na een paar uur stoot je dan op een echt goeie dichter of op zomaar een prachtgedicht van een onbekende - dan begint zich plotseling iets af te tekenen: een niveau, een waardenschaal, hoe je het ook wilt noemen. Je bent ondergedompeld en kunt gedichten met elkaar vergelijken. Sommige regels die je een uur geleden nog prachtig vond, verbleken ineens weer, helaas. Maar je weet, het is begonnen.

Subscribe to RSS - Gerrit Komrij